Een sprookje met waarheid?

Marie Larisch als jonge vrouw
Gravin Marie Larisch, geboren Mendel. Marie, die buitenechtelijk geboren werd, kreeg pas na het huwelijk van haar ouders (Ludwig in Beieren en Henriette Mendel) de titel barones von Wallersee.
Foto uit het boek My Past van Marie Larisch, 1913, 3e druk.

In het boek My Past beschrijft gravin Marie Larisch een ritje te paard met Elisabeth in de bossen in de buurt van Possenhofen. Elisabeth zelf verbleef in Feldafing in deze periode. Het moet in ieder geval na 1874 zijn, omdat Marie het ook heeft over de tweede vrouw van Karl Theodor.
Aan de waterkant verteld Elisabeth een sprookje aan Marie. Als je het sprookje leest kan je je bijna niet onttrekken aan de gedachte aan Hongarije en Elisabeth’s dochter Marie Valerie. En dan ja, je kan er niet omheen, ook aan Gyula Andrassy. Maar of Elisabeth dit sprookje werkelijk verteld heeft of dat Marie Larisch het helemaal uit haar duim gezogen heeft zullen we waarschijnlijk nooit meer achterkomen. Een sprookje met waarheid? Lees en oordeel zelf.
Voor jullie heb ik zo goed mogelijk geprobeerd de Engelse tekst te vertalen naar het Nederlands met behoud van de tekst destijds. Ik heb wel de schrijfwijzes van de namen veranderd. Sisi was in het boek Cissy en Elisabeth was in het boek Elizabeth.

 

Op een dag reden we ver in de bossen. We kwamen bij een klein meer bedekt met waterlelies.  Erboven was het overdekt met bomen en het water leek bijna zwart, want er kwam geen licht door de verstrengelde takken. De lucht was koel met de vochtigheid van varens en regen-natte bladeren die de grond bedekten en die hun geuren stuurden naar de verborgen hemel. Het was een spookachtige plek, maar het trok de keizerin aan; Dus we stegen af, de rijknecht nam de paarden, en we liepen over het sponsachtige gras naar een paar platte met mos bedekte stenen die dicht bij de waterkant lagen.
“Laten we gaan zitten”, zei Elisabeth, “ah…. deze plek moet het trefpunt zijn van nimfen en hout feeën.” Ze staarde voor een lange tijd, zonder te praten, naar het met lelies bedekte water. Toen draaide ze zich naar mij, “Houd jij van sprookjes”? “Ja, heel veel, tante Sisi, “ antwoorde ik. “Ik zal je er een vertellen waaraan dit meer mij doet denken. Luister.
“Op een dag was er een ongelukkige jonge koningin die was getrouwd met een koning die regeerde over twee landen. Ze hadden een zoon, maar ze wilden nog een zoon, zodat die kon opvolgen voor het andere koninkrijk, wat een heerlijk land was met bergen en bossen, waar de mensen romantisch en temperamentvol waren. Er kwam geen kind, en de jonge koningin die gebruikelijk alleen door de bossen wandelde en te zitten bij een meer zoals deze. Op een dag zag ze het stille wateroppervlak bewegen, die lelies gingen uit elkaar, en toen kwam er een knappe man tevoorschijn, die naar haar toe zwom en direct naast haar stond.
“De jonge koningin was bang, maar de vreemdeling vertelde haar niet bang te zijn. ‘Ik ben de geest van het neer,’ zei hij, ‘en dag na dag zag ik je huilen aan de waterkant. Je tranen zijn parels geworden en liggen in een gouden kistje in mijn paleis beneden. Kom, vergeet de wereld, en je zal mijn koningin zijn en gelukkig heersen met mij.
“De jonge koningin keek naar de Water geest en zuchtte. Hoe anders leek hij dan de koning, haar man! Hij droeg een glimmende jas van maliën, gemaakt van de vleugels van libellen, en zijn knappe expressieve gezicht was verlicht door grote zwarte ogen, in wiens diepten de koningin zijn vurige liefde las.
“Ik kan niet met je mee,’ zei ze, terwijl ze sprak, werd ze bevangen door een vreemde slaperigheid, en leunend op de geest zijn schouder, sliep ze; hij tilde haar in zijn armen, en op zijn bevel ging het meer open, en het water vormde een kristallen trap, waar hij haar naar beneden droeg.
“Toen de jonge koningin wakker vond ze zichzelf in een magisch land op de bodem van het meer. Het paleis was kleurrijk met waterbloemen, koralen en glimmende schelpen, en vreemd gekleurde vissen keken naar haar toen ze de transparante muren voorbij zwommen. Haar geliefde versierde haar met haar tranen, die nu lange snoeren van parels waren, en de jonge koningin was verbijsterd over hoeveel tranen ze had gelaten, maar ze herinnerde dat een vrouw ’s tranen zouden zijn als ontelbaar als de zand van de tijd.
“Met tussenpozen bescheen de zon het zwakke licht beneden het water met amber, en soms kleurde het stervende licht het met bloed. ’s Nachts doorboorde de maan de harten van de koude bloemen, die alleen openden voor de liefde voor haar, en dan scheen het feeënrijk met een blauwe gloed.
“Mooie nimfen zongen en dansen voor de gevangen koningin, en vlochten haar zware haar met glimmende aquamarijnen en die veelkleurige stenen die gevonden zijn in de Rijn. Ze zat naast haar geliefde op zijn kristallen troon, en sliep in zijn armen op een bed van leliebladeren; maar na een tijd verlangde haar hart naar het land boven het meer, en ze smeekte hem om haar te laten terug keren. Uiteindelijk stemde hij in, dus de waternimfen droegen haar naar de oppervlakte, en legden haar op het gras onder de bomen, waar de zon en de sterke wind haar wakker kusten, en ze keerde terug naar het paleis van de koning.
“Een aantal maanden gingen voorbij en de koningin wist dat ze een kind zou krijgen, en ze verlangde naar een zoon als de Water geest, die zou regeren over het romantische land met de bergen en bossen waar ze van hield.
“Maar geen zoon kwam, want toen de baby werd geboren, drukte de jonge koningin een kleine dochter tegen haar hart, met haar feeënvader’s grote zwarte ogen.”
“Zag ze hem ooit terug?” vroeg ik met veel interesse.
“Ik denk het niet, “ antwoorde de keizerin, “wanneer je meer ervaring van de wereld hebt dan zal je je realiseren dat een baby het einde is van vele liefdesaffaires.”
“Wat zei de koning?” vroeg ik.
“Hij had te veel trots om maar iets te zeggen, wat hij ook mocht vermoeden, “ zei Elisabeth; ze lachte haar spottende lach, en was haar cynische zelf weer. …. We reden naar huis in stilte.


Vertaald en opgetekend door Diane. Gelieve niet over te nemen zonder toestemming.
Bron: Hoofdstuk 2 uit My Past van Countess Marie Larisch, 1913, 3e druk.

ps.  Het boek My Past is het originele boek.. In het Engels geschreven omdat Marie Larisch toentertijd in Engeland woonde . Pas later zijn er vertalingen uitgebracht, zoals in het Duits: Meine Vergangenheit .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *