Elisabeth’s laatste dagen

Elisabeth met haar hofdame gravin Irma Sztaray
Deze foto werd genomen in Territet, aantal dagen voor de moord op Elisabeth in Genève.

Op 5 September 1898 bestelt Sisi kamers voor drie vrouwen en een bediendekamer in Hotel Beau Rivage in Genève. De kamenier, generaal von Berzeviczy, heeft zijn bedenkingen, omdat Genève een trefpunt is van anarchisten. “Wat kan mij in Genève gebeuren?” zei Sisi met een afwerend handgebaar. Wanneer Berzeviczy erop aandringt mannelijke begeleiding mee te nemen, geeft Sisi toe. “Nou goed, dan wil ik secretaris Kromar meenemen, alhoewel ik niet weet, hoe hij me tot dienst kan zijn, wanneer hij, terwijl ik wandel, in het hotel rust.”
Ze onderneemt een stoombootvaart naar Evian, wat Sisi iets teleurstelde, maar de terugvaart naar Territet is mooi. Van Franz Joseph krijgt ze hartelijke brieven, waardoor de keizerin zelfs wat heimwee voelt. Ze debatteert met Frederic Barker (haar leraar en voorlezer Grieks) op haar lange wandelingen. De 7e september is een rustdag, omdat de lange haren van de keizerin gewassen worden.

Marie, haar zusje, had zoveel over het slot van barones Julie Rothschild en het park met de kassen gedweept, dat Elisabeth de bezienswaardigheid onbedingt met eigen ogen bewonderen wil.
Ze neemt een uitnodiging van de barones naar Pregny aan. De privéjacht, die haar aangeboden wordt, slaat Sisi af, omdat ze gehoord had, dat de schipsbemanning, zoals alle bedienden van de Rothschilds, geen fooi mogen aannemen. Sisi vind het niet leuk gebruik te maken van de diensten van mensen en ze op geen enkele manier dankbaar te mogen zijn. Op 9 september varen de keizerin, Irma Sztáray en een bediende, die de mantel draagt, met de lijndienstvarende stoomboot om negen uur vroeg van Territet af en komen ’s middags in Genève aan. Het is een hele mooie septemberdag. De mooie herfstsfeer, die over het meer en de oevers ligt, laat in Sisi de hoop krijgen dat ze snel weer grote zeereizen kan maken. Ze spreekt telkens weer van haar plan om naar de Canarische eilanden te reizen en dan nog eenmaal naar Corfu te gaan.
Aankomst in Pregny. Vanaf de villa Rothschild wappert de Habsburgse vlag. De barones laat de vlag weghalen, als men haar zegt, dat de keizerin incognito wil blijven.

De uitzonderlijke voorneme wijze, zoals de barones haar zeldzame gast ontvangt, treft de keizerin aangenaam. De barones verteld dat zij en haar man, Adolphe de Rothschild, Marie van Napels (Sisi’s zusje) terzijde hebben gestaan, toen ze voor jaren daarvoor in Gaeta letterlijk om de kroon had gevochten. En later, toen de koning van Napels de troon verloor, waren het weer de Rothschilds, die de in verbanning gedreven paar, royaal hulp gaf.
Een rondleiding door het slot. De verzameling wereldberoemde schilderijen, gobelins, porcelein en oude meubels werken als een museum. Een bezichtiging van de beroemde rozentuin en de kassen van de barones sluit erop aan. Sisi slentert van de ene kas naar de andere en kan niet genoeg krijgen van de kleuren en vormen van de orchideeën. Als de gastvrouw voorsteld, ter herinnering aan deze dag, een foto van de keizerin temidden van de orchideeën te laten maken, werd Sisi voor één moment zwak, alhoewel ze in geen dertig jaar niet meer voor zo’n apparaat gezeten had. Dan wijst ze toch vriendelijk, maar beslist af.
Ook van het dejeuner, op het kostbaarste oude Meißner porcelein geserveerd, de tafelbekleding en de discrete tafelmuziek van een onzichtbaar orkest, die lichte Italiaanse melodiën speelt, is Sisi verrukt. Ze stuurt de menukaart naar de keizer en haar zus met de opmerking nog nooit zulk goed ijs te hebben gegeten. Ze drinkt zowaar champagne, wat ze lang niet meer had gedaan, en proost met de huismeesteres. In gesprek met de barones valt een beroemde zin: „Je voudrais que mon âme s’en volasse vers le ciel par une toute petite ouverture du coeur” (Ik wens dat mijn ziel mijn lichaam verlaat door een kleine opening in mijn hart.) Sisi weet niet hoe dichtbij de vervulling van haar wens al is. In de namiddag verlaat men het schip en reist per wagon verder naar Genève, waar Elisabeth als gravin Hohenembs in het ‘Hotel Beau Rivage’ afstapt.

Dan flaneren Sisi en Irma in de avond door de stad, gaan in het begin nog levendige straten tot de Boulevard du Théâtre, aan de overkant de Rhône. Bij Dunier koopt de keizerin een kleine Intarsientisch (kon het niet letterlijk vertalen, maar op foto’s lijkt het op een mooi bewerkte tafel), een geschenk voor Marie Valerie, en geeft de hofdame de opdracht, de volgende dag alles voor het verzenden voor te bereiden.
Op het terras van de beroemde lunchroom Désarnod nemen Sisi en Irma plaats, bestellen meerdere porties ijs, genieten van de heerlijke avond vol zuidlandelijke flair. Maar plotseling werd het duister, het electrische licht van de stad valt uit. In de donkere straatjes tussen Place Bel Air en de Montblanc-brug verdwalen Sisi en Irma, ze kunnen de brug niet vinden. Sisi’s uitstekende orientatievermogen voert ze uiteindelijk weer uit de wirwar van de mensenlege steegjes. Irma geeft toe van panieke schrik te zijn aangedaan, terwijl daar bij de keizerin niks van te merken schijnt geweest. Om tien uur ’s avonds bereiken Sisi en Irma het hotel.
Irma noteert in haar boek: “De keizerin bestelde haar ontbijt voor de volgende morgen en ging rusten. Ik schreef nog een brief. Terwijl ik schreef keek ik door het geopende raam op de bergreuzen, die in de duisternis dichterbij leken te komen… Alleen de Montblanc bleef onzichtbaar. Ik had een onrustige nacht. Toen ik later in de morgen ingeslapen was, schrok ik wakker van een droom, alsof van een gillende stem aangeroepen; mijn blik viel op de Montblanc, diens bergtop in het ochtendrood gloeide.”

Bron: Elisabeth. Das Buch ihres Lebens ; Johannes Thiele

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *