Sisi’s allerlaatste reis

Rudolf wacht zijn moeder op in de hemel
Onder begeleiding van de engelen wordt Elisabeth naar haar zoon Rudolf gebracht, die haar met open armen ontvangt.

Op 10 september 1898 werd keizerin Elisabeth neergestoken met een vijl door de anarchist Luigi Lucheni. De bewusteloze Elisabeth werd met een geïmproviseerde draagbaar naar haar kamer in het Hotel Beau Rivage gebracht. Ze is nooit meer bij bewustzijn gekomen en even later overleed Elisabeth.

Elisabeth’s lichaam ligt opgebaard in het Hotel. Men had in Wenen afgevraagd of er een volgens de Zwitserse wet verplichte autopsie en sectie mocht plaatsvinden. Franz Jozef liet antwoorden dat ze naar de gebruiken van het land mochten handelen. Zo kwamen de artsen Professor Reverdin, Gosse en Megévaud op 11 september in de namiddag voor de autopsie en op de 12e september voor een sectie. Daar ligt de slanke, mooie gestalte van de keizerin geheel naakt, alleen met een dun linnen bedekt, het gezicht bleek en geheel geel, met haar lange heerlijke haren omgeven, haar oogleden over de grijsblauwe ogen gezakt. De artsen zien geen Elisabeth meer in het lijk, geen keizerin meer, alleen maar een dode. Zakelijk onderzoeken ze het lichaam, stellen het uitstekende gebit vast, meten de lengte van het lichaam op 1.72 meter en gingen verder om de wond verder te onderzoeken. Veertien centimeter onder het linker sleutelbeen, bij de vierde rib van boven een wond in de vorm van een V. Toen werd het hart blootgelegd, men constateerd een lichte verwijding, 85 milimeter diep is het instrument ingedrongen en had de vierde rib gebroken, de longen en het hele linker hartkamer doorboord. Maar het kanaaltje is dun, de wond fijn, en maar langzaam kon het bloed druppelsgewijs uit de hartkamer in het hartzakje lopen om het hart zo in zijn functie langzamerhand te verlammen. Alleen zo kon het gebeuren, dat Elisabeth met haar buitengewone energie en bewonderingswaardige wilskracht nog honderdtwintig passen kon nemen om op het schip te komen om daar in elkaar te zakken.

Met huivering moest de grafin Sztaray, de gezanten in Zwitserland graaf Kuefstein en generaal von Berzeviczy, de autopsie bijwonen. Toen werd Elisabeth gebalsemd. Het gezicht veranderd zich opvallend daarbij, het zwelt sterk op. Maar de artsen leggen uit dat de lieflijke trekken snel zullen terugkeren. Toen werd zij in haar mooiste zwarte jurk (in het boek van Sinclair, staat dat Sisi in het wit werd gekleed) gehuld en de haren werden zo geordent zoals ze het in haar leven heeft gedragen en werd in de kist gelegd. – Van alle kanten kwamen bloemstukken erbij. Ook een struik heerlijke orchideën uit de villa Pregny, dezelfde die Elisabeth een aantal dagen ervoor zo bewonderd had. Op de tafel lagen de dingen die de keizerin steeds en ook op haar laatste gang gedragen had. Ongewoon verlaten, alsof ze vroegen wat er met de bazin was, wat er nu ging gebeuren. De kleine eenvoudige gouden ketting met de trouwring, die Elisabeth nooit aan de hand, maar om haar nek onder haar kleren droeg. De onvermijdelijke, eenvoudige lederen waaier, het horloge van Chinazilver, waarop op de voorkant het woord Achilleus ingegraveerd is, met de versleten lederen band met stijgbeugel. Het armband met talloze, meest mythische aanhangels, de dodenkop, het zonneteken met drie voeten, de gouden hand met uitgestrekte wijsvinger, Mariamedaille en byzantijnse gouden munten. Dan twee medaillons, een met de haren van de kroonprins en de andere met de 91e psalm uit de bijbel.

Nu treedt Elisabeths laatste reis naar haar vaderland in. Ongehoord is het verdriet in het ganze rijk. In Hongarije had het doodsbericht in heel het land en hoofdstad in de allerdiepste rouw gezet. Overal in het rijk ziet men omfloerste schilderijen van de keizerin. In Boedapest is er geen huis zonder zwarte vlag, de kleinste hut draagt op zijn minst een stuk zwarte doek te kijk. Verbijsterd hoort Franz Joseph van de rouw in Wenen en van de tranen van Hongarije. ,,Ja, zij kunnen ook huilen”, meent hij, ,, ze weten geeneens hoe een warme vriendin ze aan hun koningin verloren hebben.”

De zegening van Elisabeth’s resten en haar processie naar het station werden uitgevoerd met volle militaire eerbetoon voor het oog van de menigte die boeketten droegen en in tranen waren. De lijkkoets en de twee koetsen erachter waren bekleed met bloemenkransen en werden getrokken door zwarte paarden. De grote klok, bekend als La Clémence, van de kathedraal van Genéve luidde maar door en door. Absolute stilte regeerde toen de keizerin vertrok op haar laatste reis op 14 september 1898. De begrafenis-trein ging door Innsbruck en Salzburg, waar alle huizen in de rouw waren gedrapeerd. Op alle stations waar Elisabeth’s lichaam langs kwam verzamelden zich vele mensen om afscheid van de keizerin te nemen. Wenen zelf was getransformeerd.

Op 15 september kwam het lichaam aan in de Weense Hofburg, omgeven met het pracht van het keizerrijk. Vanzelfsprekend was er geen sprake ervan om Elisabeths wens te vervullen, “aan de zee, het liefste op Korfu”, begraven te worden, net zo min als dat de wens van Rudolf om in het Heiligenkreuz naast Mary rust te vinden. Zoals Rudolf, werd nu ook Elisabeth in de Burgkapelle opgebaard, echter, in tegenstelling tot Rudolf, in een gesloten kist.
Om deze opbaring kwamen er strijdigheden: Er was namenlijk een wapen te zien met de opschrift: ,,Elisabeth, Kaiserin von Österreich”. De protest uit Hongarije kwam al snel: waarom niet ook ,,Königin von Ungarn””? Waren dat niet de enigste woorden die Elisabeth geliefd had? Op dezelfde avond werd het verzoek ingewilligd. Nu kwam er protest uit de Bohemen. Was Elisabeth niet ook (ook al ongekroond) koningin van de Bohemen? Geheel soortgelijke problemen traden ook op bij de plaatsen in de Kapuzinerkirche. Uitgerekend had de afvaardiging van de Hongaarse rijksdag geen plaats meer behouden en kreeg lucht van een Weense vijandelijkheid tegen Hongarije.
De ontsteltenis en rouw in Wenen kon zich met die van de kroonprins niet meten. Graaf Erich Kielmannsegg:,,Er werden bij hem maar weinig tranen gelaten”. Men rouwde niet om de keizerin, maar om het nieuwe noodlot die nu inmiddels 68-jarige keizer overkomen was.

Op 17 september 1898 vond de begrafenis plaats. Een begrafenis met de oudeerwaardige rouwpracht van het Spaanse hofceremonieel. Nu kan Elisabeth zich er niet meer tegen weren. Heel Wenen lijkt gehuld in het zwart. Straat in straat uit staan de rijen huilende of star verstilde mensen. In hun handen dragen ze vergeet-me-nietjes, lelies en witte rozen gehuld in mousseline. Ze keken naar de glitter en pracht van de Oostenrijkse, Hongaarse en Poolse cavalerie, die de lijkstoet door straten escorteerden. Er wordt afscheid genomen van een eeuw, van een epoche. Er heerst een raadselachtige, immense stilte. Alleen de klokken van de stad die alle luiden, vergezellen de keizerin. De lijkstoet stopt voor de Kapuzinergruft. De bijzetting van Elisabeth Imperatrix Austriae Regina Hungariae vindt plaats. De krypte is gesloten. Driemaal klopt de opperhofmeester op de deur. Dan klinkt er de stem van pater Guardian:
,,Wie is daar?”
,,Keizerin en koningin Elisabeth begeert toegang”
Aan het eind van de ceremonie, nadat het koor Dies irae, dies illae had gezongen viel de keizer op zijn knieën en snikte een aantal minuten. Toen stond hij op op verder te gaan met zijn officiële plichten.

Bronnen:
* Egon Caesar Conte Corti,Elisabeth ,,Die seltsame Frau”
* Andrew Sinclair, Death by fame. A life of Elisabeth. Empress of Austria
* Brigitte Hamann, Kaiserin wider Willen
* Martin Ros, Elisabeth. Leven en dood van Sisi

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *