Sophie Charlotte, hertogin d’Alencon

Sophie Charlotte, hertogin in Beieren
Sophie Charlotte
Sophie is nog een tijdje verloofd geweest met koning Ludwig II van Beieren.

Hertogin Sophie Charlotte Auguste in Beieren werd geboren op 22 februari 1847, de jongste van de meisjes van Ludovica en Max. De kleine hertogin, verrukkelijk en charmant, was erg geliefd. Zonder nog langer te tellen, wees ze iedereen af die om haar hand vroeg, totdat er geen een meer over was: aartshertog Ludwig Victor (Franz Jozefs broer), een infanta van Spanje, prins Phillipe von Wurtemberg… Ze wil houden van, ze zoekt naar het absolute, ze wenst de onvergelijkbare man. Maar het lange wachten irriteerd haar moeder, die niet kan zoveel besluiteloosheid kan begrijpen. Maar hier, onder de verschijning van een vroeger speelkameraadje, komt er een mysterieuze jonge man. Ludwig is zijn voornaam, Ludwig II, als titel koning van Beieren, maar ook de gekke koning, Hamlet-koning en de maagdelijke koning, als pseudoniemen. De jonge koning, die na de dood van zijn vader Maximilliaan II koning van Beieren wordt in 1864, is op zijn 21e een enkelvoudige schoonheid en aangetrokken door prinsessen en hertoginnen. Hij wijst elk idee van een verloving af, maar hij moet hij eigenlijk wel voor het koninkrijk. Met Sisi heeft hij een overvloedige correspondentie.

“Verondersteld dat ik teken om beter overweg te kunnen met vrouwen, kan ik beter de zus van de bewonderingswaardige keizerin kiezen” zei Ludwig. Wagner is verbannen, de koning wanhoopt. Van alle Wittelsbachers, neemt alleen Sophie het voor hem op. Ludwig lacht, zij begrijpt hem. En zo komt het, om zijn hart te strelen, dat er van Sophie een musicus gemaakt wordt. Ze kan inderdaad goed piano spelen en heeft de stem van een nimf. Ludwig jubelt, dit beloofd een huwelijk. Op 26 januari 1867, zonder overlegd te hebben, gaat Ludwig naar hertog Max en vraagt om Sophies hand.

“Het is pijnlijk voor mij om je deze regels te schrijven, maar het is mijn plicht, en precies nu […] Ontzeg me niet jouw vriendschap, het doet me namenlijk erg goed […] Tot ziens, lieve Sophie. Als je het nodig vindt, zal ik nooit meer naar jou schrijven. Wees gelukkig en vergeet me niet” (brief aan Sophie van Ludwig II, 10 januari 1867)

Maar wat is dit? Komt dit echt van de hand van Ludwig? Zeker weten. Zelfs voor hun verloving, drukt hij Sophie weg… Veranderde Ludwig, of lag het aan Sophie. Het zal het eerste zijn in de lijn van vele mysteries…

Maand na maand, stelt Ludwig de datum van het huwelijk uit, als eerste gezet op 25 augustus, de verjaardag van de koning. Uit ijdelheid noemt hij Sophie Elsa, om zich te maskeren achter Siegfried of Parsifal met de verklaring “het is belangrijk om van ons oprecht te houden”, het lukt hem niet om zijn angsten te overwinnen. Hij zag plotseling in dat Sophie meer was dan een mooi klein gezichtje, maar dat ze een vrouw was. Een geduldige vrouw, die doorzet, verliefd op de man die haar beloftes na beloftes maakt, maar vlucht voor de kus van de liefde.
De oplossing is er wel… en zelfs Ludwig ziet het niet. Sophie heeft hem lange tijd begrepen, “Maar uiteindelijk zien jullie niet dat hij mij niet mag. Hij speelt met mij”

Steeds meer geergerd, confronteerd hertog Max zijn neef en vraagt hem om een laatste datum te af te spreken. Ludwig is woedend. De verloving gaat helemaal niet meer door. Iedereen voelt zich bevrijd, zelfs Sophie.

“God weet dat ze nooit gelukkig zou worden met zo’n dergelijke man. En ik wens dat ze iemand een aardige vindt.. Maar wie?” betreurt Sisi in Wenen. Wie heeft een naam, Ferdinand van Orleans, hertog d’Alencon. Ze verloven zich op 28 september 1868, de kleine hertog in Beieren wordt hertogin d’Alencon. Een huwelijk uit gemakzucht ? Nee, het is meer dan dat. Dan begint voor de jonge hertogin d’Alencon een nieuw leven die een tragisch einde zal kennen.

De hertog en de nieuwe hertogin zetten koers naar Engeland, waar de hertog van Nemours, de vader van Ferdinand, hen een buitenhuis van zijn Londense residentie Bushy House aanbiedt. Voor Sophie-Charlotte is het moeilijk om zich aan te passen, meer vanwege dat ze haar nieuwe huis liever had gedeeld met alleen haar man. Nog geen twee maanden na het huwelijk zijn de eerste tekenen van een zwangerschap zichtbaar. Maar het Engelse klimaat en de zenuwachtige aard van Sophie zorgen voor een depressieve melancholische persoon. Ze begint te zuchten: “Ik ben niet gemaakt voor het geluk”.

Op 9 juli 1869 wordt de prinses Louise geboren. De plotselinge dood van haar nieuwe vriendin, de hertogin van Aumale, in de herfst, komt nog bovenop haar pijn en haar verdriet. Haar gezondheid gaat achteruit. Het jonge paar vertrekken dan naar Palermo in Sicilie, waar ze in december aankomen. De romantische Sophie knapt weer wat op, proeft de vreugde van het reizen en daar herkent men de waardige zus Elisabeth van Oostenrijk.

Maar een paar maand later verlangen de autoriteiten in Sicilie dat ze het paleis van Palermo verlaten vanwege mogelijke problemen in het land. In werkelijkheid verdenkt het leger de hele familie van samenzwering. Is het niet, dat deze witte Sophie de zus is van Marie, de ex-koningin van Napels, die zich als een leeuwin gevochten heeft om haar koninkrijk te beschermen? Dan gaan ze weg, vluchten ergens ander heen…

Lente 1870, de mooie Marie van Napels biedt hun een verblijf aan in het Farnese paleis in Rome, waar Marie met haar man, Francesco II woont. In deze Heilige stad, ontdekt Sophie een nieuw gezicht van Katholisisme en kiest ervoor om het mysterieuze ervan te omhelzen. De zwakke Sophie zal later zeggen, dat deze zomer “een van de beste herinneringen uit het leven” was. In maart 1870 sterft het enigste kind van het koningspaar van Napels, de kleine Christine, abrupt. Daarom trekken de hertog en hertogin zich terug uit het zicht van de verdrietige ouders, ze hebben zelf een sterk en vrolijk meisje.

Ze gaan naar Possenhofen. Helene, Ludwig en Karl Theodoor ontvangen hun jonge zus in familiaire vrolijkheid. Maar de wrijvingen tussen Frankrijk en Duitsland onder Bismarck bereiken de top, het is oorlog. Sophie-Charlotte, zo gevoelig voor de pijn van anderen -heeft deze prachtige woorden: “Mijn moeder zegt onophoudelijk tegen Elisabeth: Denk aan de meer ongelukkigen dan jou” “Kan iemand zichzelf troosten met de meer ongelukkigen dan jou? […] Al deze pijnen, die ons omringen, kunnen onze pijnen alleen maar verdubbelen, het is een belediging in ons hart om jou troost aan te bieden” – vind nog steeds de juiste woorden in de horror van deze oorlog : “op sommige momenten dat ze hun ogen op mij richten, zullen ze alleen maar tranen vinden”.

In juni 1871 kondigt de provisorische regering van Frankrijk, de afschaffing van de verbanning van de prins van Orleans af. Een aantal weken later neemt de hertog van d’Alencon een post in de artilirie regiment aan. Hun dromen nemen vormen aan. Het jonge paar van ‘d Alencon, die zo getest zijn de afgelopen jaren, vestigen zich in Frankrijk.

Ferdinand en Sophie hebben zich gevestigd op de La Dame-Blanche in Vincennes in een comfortabel huis zonder praalzucht. Sophie-Charlotte in het verleden zo verlaten, had toch iets van een romanheldin…. en ze zou het gauw bewijzen.

De Sophie van deze tijd had alle karaktertrekken van de Wittelsbachers uit de hertogelijke tak. Ze weet niet echt wat ze doet, handelt en reageert impulsief, voorzichtig, raar, onstabiel, vreemd van elk discipline, dodelijk gevoelig, Maar ze heeft ook een andere kant, het zoeken naar het ideaal. Deze zoektocht naar perfectie, is eerst op psychologisch vlak. Deze Wittelbach zussen zijn ijdel, ze zorgen voor hun zelf met overmaat zelfs. Ze vinden hun haren belangrijk. Ze zijn gracieus, simpel elegant, lopen elegant en hebben een melodieuze zachtheid in hun stem. Maar er is nog een ander aspect die ze aftasten, de zoektocht naar het sublieme, een zoektocht van veel hogere rang, de spirituele zoektocht.

Sissi zal daarvan de verloren pion zijn, maar Sophie, bij de dageraad van haar dood, zal zichzelf laten zien als winnaar. Bij Elisabeth is deze oorlog een mislukking omdat het is gebaseerd op onstabiliteit van haar Wittelsbachers bloed. Omdat, ondanks haar duizenden gaves en kwaliteiten, zal ze de ontwortelde meeuw zijn, een kluizenaar of zoals Barres het zei :”het gedwarrel van een verloren geest die de lucht overwint, die haar huisvesting niet vind en die geen discipline reguleerd.” Elisabeth, die haar slechtheid beter kende dan ieder ander schreef: ” Ik ben een meeuw van een leeg land, Geen reikwijdte is mijn vaderland/ Er is geen plek waar ik verblijf. Ik vlieg van schemering naar schemering.”

Maar voor Sophie is deze hardnekkigheid tot perfectie is gedaan tegen het bloed van de aanval op een stille sereniteit. Het is op 4 mei 1897 dat deze strijd tegen haarzelf gesublimeerd wordt: met de verklaring van haar heldhaftigheid. Maar we lopen iets te ver vooruit.
Sophie-Charlotte, aan het begin van 1872, is een vrouw vervult van het eindelijk vestigen van een huis… een blije moeder die een zoon op de wereld heeft gezet, Emmanuel, de toekomstige hertog van Vendome.
Deze jaren 1870 represeren het mooiste uit hun huishouden. Ferdinand en Sophie runnen de modieuze avonden, glanzen door de eenheid van hun als paar en door de schoonheid van hun kunst. Men prijst de talenten van Sophie als musicus, haar mooie stem, zijn timide charme en zijn discrete elegantie. Haar schoonheid evenaart die van haar zus Elisabeth. Bovendien lijken ze psychisch op elkaar. Maar als er een kenmerk is wat hun onderscheid van elkaar is het hun vluchtige blik. Hoewel verbeelding en sprookjes te lezen in de ogen van Sisi in oneindige zachtheid, een sluier van melancholie koestert de blauwe ogen van Sophie…

En dan plotseling begint Sophie te twijfelen. Ze koos, een paar jaar ervoor, om alle inperfecties van haar religieuze opvoeding in Possenhofen te wissen en zich te wijden aan de religie. Maar al deze avonden, zo vergeefs als ze waren, waren ze niet geschikt voor de missie? Op dit punt in de tijd, rond 1876 begint ze met vasten, bescheidender te kleden, om haar status te ontvluchten.
Pas na 1880 geeft ze haar strenge manier van leven op. Dan pas wordt de legende van de liefdadige prinses geboren.

“Ze was heilig. Ze zou hier overgegaan zijn terwijl ze het goede deed” zouden sommigen zeggen na zijn dood. Sophie, aangemoedigd door haar vrome man Ferdinand, gaat door met haar hervormingen. Ze bezoekt de armen, alleen of met haar kinderen want haar kinderen moeten het lijden ook kunnen voelen. Ze went zichzelf eraan anonieme giften te maken, net zoals haar zus Elisabeth die ook incognito geld schenkt. Het zijn simpele geschenken die ze geeft, zoals geld, kleding altijd kijkend naar wat er nodig was.Als ze iets voor haar deden, dan deed ze altijd wat terug, omdat ze de dingen niet voor niks wou hebben. Haar gevoeligheid is net als elke gebaar van vriendelijkheid, ze stelt zich op met een perfecte descretie.
Beter vind ze het om zonder publiciteit en zonder verdiensten giften te schenken, die ze dan zonder ontberingen maken kan.

De recente biografieen benadrukken dat Sophie niet zo trouw jegens haar man was, maar dat ze wel veel van hem hield. De feiten zij zo dat het onmogelijk is om ze te vergeten of om ze aan de kanten te schuiven om de vlekkenloze imago van Sophie-Charlotte niet te schaden. Deze fouten, ver van de lastercampagne die de hoofdrol speelt, maakt haar meer menselijk. En bovendien zullen ze goed betaald worden bij terugkeer van Sophie en de jaren die er volgen.
Zo stelt men dat in 1887 ze een verhouding had met een ene Dr. Glaser, een getrouwde man. Hun verhouding werd ontdekt, ze zouden gevlucht zijn naar Meran voor dat ze gevonden werden en uit elkaar zouden worden gehaald. Toen ze erachter kwamen dat ze een geheime correspondentie onderhield met deze laatste onderhield werd ze opgesloten in de kliniek van de neuroloog Krafft-Ebing. Bovendien was het niet ongewoon in die tijd dat een overspelige vrouw opgesloten werd. Toch is het dat Sophie na enige tijd bij haar man terugkeerde, oordelend na de zeer kritische reaktie van Elisabeth jegens haar jongere zus, dat hij door haar verhouding zeer gekwetst was en hij er veel moeite mee had.

Sophie, vol goede wil en weer verliefd op haar man, bleef niet onbestendig. En wanneer had het verlangen van haar man, haar te verheerlijken, haar op te voeden hem zozeer afgeschrikt? Bij alle van haar zusters (in het bijzonder Marie van Napels en Elisabeth), opstandig, vijandelijk tegen autoriteit, vind men deze constante muiterij terug.

Nu deze periode een beetje beeindigd is begint ze haar oude leven weer op te pakken. Haar nichtje Amelie (dochter van hertog Karl Theodoor) schrijft twee jaar later: “Tante Sophie begint weer te worden wat ze was. […] Alleen huisvest dit vredige melancholie […] die nog lange tijd in haar blik glanzen zal.

Ondanks de keerzijden van dit jaar 1887 werd het paar van Alençon , eenmaal, na de eerste opwindingen verdwenen zijn, weer verenigt. Gezamenlijk nemen ze weer deel aan het liefdadigheidswerk. Ze maken bedevaartstochten, onderhouden liefdevolle banden met kloosterlingen. Blijkbaar probeerde Sophie haar ontsporingen te vergeten -en te laten vergeten. Ze wijdde haar leven volledig aan de religie. Haar godzaligheid ontroerd en imponeert en altijd, met deze zelfs verlegen tederheid paste ze op de misdeelden en armen. Van nu af aan ziet men haar regelmatig aan barmhartigheidsorganisaties te gronde liggen.

Maar toch slaat het ongeluk in de familie toe. In januari 1889 , toen de hertog en hertogin van d’Alençon zich in Wenen ophielden, sloeg de tragedie van Mayerling aan de keizerlijke familie met volle kracht. Een jaar later sterft de prinses Helene van Thurn en Taxis, de oudere zus van Sophie, in Regensburg aan verschrikkelijke pijnen. En in 1892 overleed de moeder van Sophie. De gezusters Wittelsbach kwamen nader tot elkaar. Marie van Napels is in Parijs ondergebracht, Mathilde, weduwe sinds kort, sluit zich vaak bij haar aan en Elisabeth begaf zich naar Frankrijk, zodra ze dat kon.

Veel slechte jaren waren er niet. In het jaar 1890 vierden Ferdinand en Sophie de huwelijken van hun twee kinderen, Louise, die verbazingwekkend op haar moeder lijkt, en Emmanuel. Ferdinand en Sophie, in 1896, zijn meer met elkaar herenigd dan ooit. De hertog van d ‘Alençon schrijft haar: “Gezegend ben ik, mijn geliefde Sophie, voor het al het geluk, dat jij mij gegeven hebt.” Een bekentenis, die snel, in die mooie dagen voorgoed verduistert zou worden.

Bij het begin van mei 1897 vond er in Parijs een liefdadigheidsbazaar plaats. Sophie,werd naar haar kwaliteiten als voorzitster van het buffet van domenicaanse noviciaten, zou aan de gemeenschappelijke vermaak deelnemen en zou bij haar buffet op 4 mei deelnemen…

De liefdadigheidsbazaar is een succes! De mensen rennen naar het buffet. Sophie-Charlotte, hoewel vermoeid door de warmte amuseert zich enorm. Een grote aantrekkingskracht is het “hoogontwikkelde Lichtspeltheater” dat men laat zien. Maar plotseling, tegen 15.30, weergalmt er een schrikbarende schreeuw in de lucht: “Brand !” De filmrol van de film was begonnen te branden. Met een verblindende snelheid bereikt het vuur de wanden, verbrede zich op het buffet, roerde de zorgenloze licht. Dat is algemene paniek. Men overhaast zich naar de benauwde uitgangen. Overal branden silhoueten levendig.

Sophie, in een fabelachtige zelfverloochening van haar persoon, werpt zich op: “Red de jonge meisjes als eerst!” Zij die echter zo een Wittelsbach gebleven was, is enkel bedaard, met zachtheid en evenwichtigheid in dit rumoer. Iedereen die het overleefde, zouden deze lange liefelijke silhouete herrinneren als iemand die anderen voor ze zichzelf redt redden wil: “Maak je uit de voeten, ga snel weg: Ik zal de laatste mensen eruit halen”, of ze bidde fluisterend voor haar voeten verschrikte vrouwen.

Desondanks pakte men haar in de grootheid, men verplichte haar, hun leven te redden. Maar de schaarse nog doorgangbare uitgangen zijn met de mensen en de ongelukkigen die de pech hadden vertrappelt te zijn volgestopt, roepten, drukten en trappelden. Voor Sophie-Charlotte, haar leven ten koste van de andere net zo kostbare leven te redden, is geen denkbare oplossing. Ze zei niet: “alle deze pijnen, die ons omgeven, kunnen alleen die van ons verdubbelen(…) Ze zal daarna ook afstand doen. Ze schijnt het plotseling opgegeven te hebben en behaald een rustige hoek van de bazaar. Staand met de gesloten handen ter hoogte van haar bekken zoals haar gewoonte was, hield ze haar hoofd omhoog en naar boven gewende ogen: “men had gezegd, dat zij een visioen had” zou men zeggen.

Visioen of niet, de dood laat zich niet gemakkelijk ontroeren. Een vrouw, die kreunt: oh! Zeer geerde vrouw, wat voor een dood!, ze had deze laatste woorden: “ja, maar in enkele minuten denken wij dat we God zullen zien, dat wij in de hemel zullen zijn!”

Hertog Ferdinand, die bij de bazaar aanwezig is, slaagde erin om te vluchten, van vrienden overtuigt te zijn, dat zijn vrouw ook de kwelling ontkomen was. Eenmaal op een veillige plek, die onduidelijk is, zou hij haar tevergeefs zoeken. Dat is alleen wanneer hij Marie van Napels en Mathilde de Trani, de enigen, zonder Sophie zag, dat hij begreep, dat het lichaam van zijn vrouw nog steeds in het midden van de vlammen lag, die nu langzaam uitblusten. Ze had enige maanden eerder haar testament opgesteld, dat ze haar einde voelde naderen. Ze vroeg aldaar naar eenvoudige uitvaart, zonder bloemen, zonder muziek. Ze wenste in haar kleding van een non aangekleed te worden en in een kist zonder pracht geplaatst te worden. Ze wou dat haar haren helemaal verbrand zouden worden. Uiteindelijk onderstreepte ze haar liefde voor haar ” werkelijk geliefde man”, “de beschermengel van (haar) leven”

Men is uren nodig , om de puin van haar verkalkte lichaam te ontruimen. Op het eind, kon alleen haar tandarts, na een huiveringwekkinde autopsie van haar tanden, haar overblijfselen identificeren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *