Gisela, tweede kind en dochter

Gisela, tweede kind en dochter van Elisabeth en Franz Joseph
Gisela was de tweede dochter van Elisabeth en Franz Joseph. Zij stak haar oudere zusje aan, waardoor Sophie overleed. Gisela bleef leven en dit is waarschijnlijk wel een van de redenen waarom Elisabeth niet zo’n band met haar had.

In het jaar 1856 werd Sisi’s tweede dochter geboren, midden in de zomer op 15 juli. Ze is erg verdrietig dat het geen zoon is geworden. Ook haar man en de bevolking van het keizerrijk tonen zich teleurgesteld. Het meisje wordt Gisela genoemd naar de Beierse prinses Gisela die in 955 met de heidense Hongaarse vorst Waik trouwde, de latere Stefan I de Heilige. Evenals haar zusje Sophie komt de kleine Gisela direct onder de hoede van haar grootmoeder en van de met haar bevriende arts dokter Seeburger, wiens woord in de kinderkamer wet is. Het verbittert de keizerin mateloos dat ze haar kinderen niet mag zien wanneer ze het wil. En als bovendien de kleine Sophie nogal eens ziek is, raakt haar moeder buiten zichzelf en smeekt haar man, de keizer, de kinderen toch in de buurt te mogen hebben. Vlak voor een reis van het echtpaar, schrijft de keizer tenslotte op 30 augustus 1856 aan zijn moeder dat de kinderen voortaan in de Radetzkyvertrekken in de Hofburg zullen wonen. Sisi heeft gewonnen!

Toch blijft de invloed van de grootmoeder zeer groot, want tijdens de vele reizen van Sisi en Franz Joseph, zijn de kinderen steeds bij hun grootmoeder, die nooit verzuimd haar invloed te vergroten. Daarom probeert de keizerin als het maar even kan, haar kinderen mee op reis te nemen. Zo ook in mei 1857. Ondanks de tegenwerpingen en vermaningen van de keizerinmoeder gaan de kleine Sophie en Gisela mee naar Budapest. Daar wordt op 13 mei de jongste ernstig ziek, maar herstelt zich gelukkig snel zodat de reis voortgezet kan worden. Een week later doen zich bij de oudste dezelfde verschijnselen voor, ook hier treedt na een paar dagen een verbetering op zodat de ouders naar een naburig stadje vertrekken voor een ontvangst. Daar ontvangen zij een onheilspellend telegram en keren daarop onmiddellijk terug. De kleine Sophie ligt doodziek in haar bedje. De dokter staat er handenwringend naast, niemand weet wat er met het kind aan de hand is. Na elf lange uren van wachten en hopen, dooft de flakkerende levenskaars. ‘Ons kleintje is een engel in de hemel’, telegrafeert Franz Joseph naar zijn ouders. De reis wordt afgebroken en ten prooi aan diepe wanhoop en schuldgevoelens, ‘Had ze de kinderen toch bij hun grootmoeder gelaten?’ komt Elizabeth met Gisela in Wenen terug. Al haar moederliefde richt ze nu op dit kleine meisje en als haar man een jaar later in zijn hoofdkwartier in Verona verblijft, stuurt ze hem met een van haar vele brieven ook een foto van Gisela. Tijdens haar vele lange reizen vergeet ze nooit brieven te schrijven aan haar dochterje, later ook aan Rudolf. Steevast eindigen ze met de woorden: ‘Zul je je Mama niet vergeten? Denk maar veel aan Mama’… Als de kinderen op 3 november 1861 in Venetië arriveren is hun moeder dolgelukkig. Een half jaar lang zal ze met haar kleintjes alleen kunnen zijn. Zonder haar schoonmoeder, want zo is het met de keizer afgesproken.

In het algemeen gesproken is de verhouding van Sisi met haar dochter Gisela niet gekenmerkt door een grote intimiteit. Door de grote invloed van de grootmoeder op het meisje heeft Sisi er als reactie ‘afstand’ van gedaan. Er zijn daardoor weinig brieven bewaard en van de karaktertrekken van het meisje kan men zich geen goede indruk meer vormen. Op veertienjarige leeftijd schrijft ze eens aan haar broertje over een villa in Tirol waar ze net met haar moeder is aangekomen: ‘Het is hier donker en oud, aan de muren hangen vergeelde portretten en overal staan oude harnassen opgesteld, Wat zouden we hier goed spookje kunnen spelen!’
Als Elizabeth in maart 1872 voor een kort bezoek in Boedapest arriveert, hoort ze tot haar grote verrassing dat Gisela zich heeft verloofd met prins Leopold van Beieren. Hoewel Gisela groot en ontwikkeld is en er ouder uitziet dan haar leeftijd van 16 jaar, vindt haar moeder dat er minstens een jaar gewacht moet worden met trouwen. Veel te jong, vindt ze haar kind. Tegelijk realiseert ze zich, hoe lang zijzelf alweer getrouwd is, hoe snel de tijd voorbij gegaan is, en ook hoe weinig het haar eigenlijk doet dat deze dochter weg zal gaan van huis. Aartshertogin Gisela vertoont dan ook geen enkele gelijkenis met haar moeder, ze groeit op tot een rustige, normale, en verstandige vrouw, het type van grootmoeder Ludovika. Pijnlijk is soms wel de manier waarop Elizabeth altijd de jongere Valerie voortrekt boven Gisela, Franz Joseph kan zich er soms mateloos over ergeren. Maar Gisela is heel gelijkmatig van karakter en neemt er geen aanstoot aan, ze kan ook goed met haar zusje Valerie opschieten al verschilt ze er hemelsbreed van in uiterlijk, smaak en gevoelsleven, misschien juist daardoor. Voor Valerie is Gisela een soort ideaalbeeld van een gelukkige vrouw en moeder, een evenwichtig en onverstoorbaar tegenovergestelde van haar moeder, met wie ze toch veel meer geestelijk contact heeft.
Gisela is de steun en toeverlaat van haar vader na de zelfmoord van Rudolf. Zij vergezelt hem naar de begrafenis, waar Elizabeth en Valerie afwezig zijn. Zij is het ook die in 1889, vlak voordat haar moeder en Valerie voor enige tijd naar Gastein zullen vertrekken, haar zusje in het oor fluistert: ‘Verlies in Godsnaam Mamma geen seconde uit het oog als jullie bij de watervallen zijn!’
Als de keizerin in 1896 een nieuwe versie van haar testament maakt, vermaakt zij tweevijfde van haar bezit aan Gisela, tweevijfde aan Valerie en eenvijfde aan haar kleindochter Elizabeth, de dochter van Rudolf. Deze verdeling was rechtvaardiger dan alle vorige, waar in zij haar hele vermogen uitsluitend aan Valerie toedeelde. Zelfs Katharina Schratt, de vriendin van haar man, wordt ditmaal niet vergeten.

Op 18 april 1898 schrijft ze haar dochter Gisela een van de laatste levenstekenen: een gelukwens voor het zilveren huwelijksfeest: ‘Wat zullen jullie ook op deze dag onze onvergetelijke Rudolf missen, die 25 jaar geleden nog zo vrolijk jullie huwelijk bijwoonde en die toen met zoveel moeite afscheid van je nam. Hij ging ons voor. Ik benijd hem om zijn rust’…
Op 10 september vond Elizabeth haar lang gezochte eeuwige rust. Haar dochter Gisela zou nog tot 1932 leven.

Bron: Libelle Biografie, Sisi van Oostenrijk – Liever vrouw dan keizerin.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *