Elisabeth’s spirituele kant

Heinrich Heine

Sisi had ook een heel spirituele kant. Ze ging ook regelmatig naar seances en dergelijke. Ze heeft zelfs ook beweerd contact te hebben gehad met de beroemde dichter Heinrich Heine.
Ze heeft een gedichtenbundel geschreven en deze verborgen in een cassette, die ze liet deponeren in het Zwitsers staatsarchief. De begeleide tekst luidde:

Aan de president van het Zwitsers eedgenootschap Bern,

De opbrengst moet uitsluitend benut worden voor hulpeloze kinderen van politiek veroordeelden van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie zestig jaar na dato.

De geleidebrief bij haar donatie aan de toekomst laat op ontroerende wijze haar zorgzame natuur zien, als beschermengel voor de eeuwigheid. De brief was geschreven in de hoogzomer van het jaar 1890, in een snel voortsuizende trein.

Lieve toekomstziel,

Aan jou geef ik deze schriften. De meester [Heinrich Heine] heeft ze me gedicteerd en ook hun doel bepaald, namelijk , na zestig jaar, vanaf 1890 gerekend, moeten ze gepubliceerd worden ten behoeve van politiek veroordeelden en hun noodlijdende familieleden. Want over zestig jaar zullen geluk en vrede, en dat betekent vrijheid, net zo weinig thuis zijn op onze kleine planeet als nu. Misschien op een andere? Nu ben ik niet in staat je daarop te antwoorden; misschien als je deze zinnen leest…

Met hartelijke groet, want ik voel, je bent me welgezind,

Titania

Bron: blz 131-132 van Wim Ewals, Sisi Opgejaagd door het noodlot
Opgeschreven door Diaantje

Ludwig II van Beieren
Koning Ludwig II van Beieren
In veel dingen herkende Elisabeth zich in Ludwig en konden het goed met elkaar vinden. Elisabeth vond wel dat de, bij de bevolking geliefde, koning zich excentrieker gedroeg dan zij zelf.
Elisabeth heeft trouwens wel gedacht dat Ludwig vermoord is en geen zelfmoord heeft gepleegd.

In veel dingen herkende Elisabeth zich in Ludwig en konden het goed met elkaar vinden. Elisabeth vond wel dat de, bij de bevolking geliefde, koning zich excentrieker gedroeg dan zij zelf.
Elisabeth heeft trouwens wel gedacht dat Ludwig vermoord is en geen zelfmoord heeft gepleegd.

Kort na Ludwig’s dood (1886), verscheen Ludwig aan Sisi. Sisi’s nicht, Marie Wallersee, heeft opgeschreven wat de keizerin haar vertelde:

“De maan was al aan de hemel en het maanlicht maakte de kamer zo licht als dag. Ik keek toen de deur zachtjes openging en Ludwig naar binnen kwam.
Zijn kleren waren zwaar met water, dat van hem af druipte en vormde klein plasjes op de parket vloer. Zijn natte haar plakte rond zijn hoofd, maar het was duidelijk Ludwig, net zoals hij er uit zag toen hij nog leefde.
We staarden naar elkaar in stilte en toen zei de koning, zacht en verdrietig,
‘Ben je bang voor me Sisi?’
‘Nee Ludwig, ik ben niet bang’
‘Och liefste’ , zuchte hij,’ de dood heeft me geen rust gebracht, Sisi. Zij is levend verbrand in pijn. De vlammen zijn om haar heen, ze stikt in de rook. Ze verbrand levend en ik kan haar niet redden.’
‘Wie verbrand er levend, lieftste neef?’ vroeg ik.
‘Dat weet ik niet, want haar gezicht is verborgen’ antwoorde hij, ‘maar ik weet dat het een vrouw is die van me gehouden heeft en zolang haar lot niet bezegeld is, kan ik niet vrij zijn. Maar daarna, zal jij je bij ons voegen en ons drieen zullen gelukkig zijn samen in de hemel.’
‘Wat betekent dit? Wanneer zal ik je ontmoeten?’
‘Kan ik niet zeggen,’ antwoorde Ludwig, want in het koninkrijk der zielen, daar is niet zoiets als tijd.’
‘Op welke weg zal ik je ontmoeten? Zal het een reis zijn tot een pijnlijke oude leeftijd vol met schuldgevoelens en herrinneringen?’
‘Nee Sisi,’ zei mijn neef, ‘ je zult veel tranen laten en bekend worden met schuldgevoelens en herrinneringen, voor je bij ons komt. Maar je reis komt tot een snel en onverwacht einde.’
‘Zal ik lijden?’
Hij lachtte.’Nee, je zult niet lijden.’
‘Hoe weet ik dat ik niet droom?’ vroeg ik.
Ludwig naderde langzaam mijn bed, het koude van de dood en van het graf gaf kilte aan de lucht. ‘Geef me je hand’, beveelde hij.
Ik reikte mij hand uit en zijn natte vingers pakten mijn hand. Op dat moment kwam er een medelijden in mij op. ‘Blijf alsjeblieft’, huilde ik,’ verlaat je vriendin niet, die van je houdt, om terug te gaan naar je lijden. Oh Ludwig, bid met me dat je je rust zal krijgen.
Terwijl ik aan het spreken was, verdween de figuur.

Elisabeth verzekerde haar nicht ervan, dat het verhaal “waar was, elk woord” en dat het zeker geen droom was.

De keizerin herkende later de brandende dame als haar zus Sophie, in het verleden de verloofde van Ludwig, die een verschrikkelijke dood tegemoet ging tijdens een brand op een liefdadigheidsevenement in Parijs in 1897.

Bron: blz 59 t/m 61 van Ludwig Merkle, Sissi The tragic empress

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *