Aartshertogin Sophie van Oostenrijk

Aartshertogin Sophie
Aartshertogin Sophie met haar zonen Franz Joseph en Ferdinand Max in 1833. Foto komt uit Vom Kind zum Kaiser – Egon Caesar Conte Corti.

Aartshertogin Sophie van Oostenrijk werd geboren als prinses Sophie Friederik Dorothea Wilhelmine van Beieren. Ze werd geboren op 27 januari 1805 in München en overleed op 28 mei 1872 in Wenen. Ze was aartshertogin van Oostenrijk door haar huwelijk met aartshertog Franz Karl von Habsburg-Lotharingen. Ze was de moeder van keizer Franz Joseph I van Oostenrijk en keizer Maximilian van Mexico. Kroonprins Rudolf en aartshertog (en latere troonopvolger) Franz Ferdinand von Habsburg-Este waren kleinkinderen van Sophie. De laatste keizer van Oostenrijk, Karl I, was haar achterkleinzoon.

Kind en jeugd

Sophie was de dochter van koning Maximiliaan I Joseph van Beieren en zijn tweede vrouw Karoline Friederike Wilhelmine von Baden. Ze was de tweelingzus van koningin Maria van Saksen. Ze was ook de zus van Elisabeth Ludovika van Pruisen en tevens was ze ook de zus van hertogin Ludovika in Beieren, de moeder van keizerin Elisabeth. 
Haar ouders wilden modern denkende mensen opvoeden, die ondanks hun bewegingsvrijheid ook regels bevatten: zoals absolute stiptheid, wat voorop stond. 

Aartshertog Franz Karl, de vader van keizer Franz Joseph
Aartshertog Franz Karl, de vader van keizer Franz Joseph, in het jaar 1832. Foto komt uit Franz Joseph und Elisabeth – Georg Kugler.

Sophie werd als een heel mooi meisje beschouwd en werd zelfs door haar halfbroer, koning Ludwig I, opgenomen in zijn schoonhedengalerij in het Paleis Nymphenburg. Deze zijn nog steeds te zien.
Voor haar vader was het voornemen van keizer Franz I van Oostenrijk om zijn tweede zoon, aartshertog Franz Karl, aan Sophie uit te huwelijken buitengewoon belangrijk. En er werd daarom ook nauwelijks onderzoek gedaan naar de toekomstige bruidegom en diens broer, de latere keizer Ferdinand.

De eerste ontmoeting van Sophie met haar toekomstige echtgenoot was niet naar haar zin. Maar politieke redenen waren belangrijk. De toekomstige opvolger was de tweede in de lijn van de Habsburgse troon en de troonvolger, aartshertog Ferdinand, zou vanwege zijn ernstige epilepsie waarschijnlijk niet de troon bestijgen. Er werd een ruime uitzet meegegeven aan Sophie. Het huwelijk vond plaats op 4 november 1824 in Wenen.

Latere leven

De kinderen van aartshertogin Sophie
De kinderen van aartshertogin Sophie en aartshertog Franz Karl: Franz Joseph, Maria Anna, Ferdinand Max en Karl Ludwig. De jongste van het stel, Ludwig Victor, was hier nog niet geboren. Foto komt uit Vom Kind zum Kaiser – Egon Caesar Conte Corti.

Het krijgen van kinderen was lastig voor aartshertogin Sophie en haar man aartshertog Franz Karl. Er waren veel miskramen. Om de kans op kinderen te krijgen te vergroten ging Sophie kuren in Ischl. Maar pas na zes jaar huwelijk werd het eerste kind van het paar geboren, Franz Joseph. Twee jaar later kwam Ferdinand Max, drie jaar later Karl Ludwig en na twaalf jaar kwam Ludwig Viktor. Ook had ze nog een dochter, Maria Anna, geboren in 1835. Haar dochter leed aan epilepsie, net als haar oom keizer Ferdinand I, en stierf er door op vier jarige leeftijd in 1840.

In de crisis van de Oostenrijkse monarchie in het revolutionaire jaar 1848 zou de troonsafstand van Ferdinand I de enige kans zijn op een nieuw begin. Sophie en Maria Anna, de vrouw van Ferdinand I, kregen de keizer zover om afstand te doen van zijn troon. Sophie zag af om zelf keizerin te worden door haar echtgenoot Franz Karl, de volgende in de lijn voor de troon, aan te moedigen een stap terug te doen ten gunste van hun zoon Franz Joseph. Zo kon Franz Joseph op 2 december 1848 op 18-jarige leeftijd gekroond worden tot keizer van Oostenrijk, zonder zelf een troonopvolger te zijn geweest.

Sophie was in de jaren van zijn regering een grote steun voor de te jonge en onervaren keizer en ze was een van zijn belangrijkste adviseurs. Vooral als het ging om een anti-beleid tegen de Magyaarse hogere klasse, die volgens Sophie, de oorzaak waren van de crisis in 1848. Haar latere schoondochter en nicht, keizerin Elisabeth, probeerde dit te compenseren door bijzonder aardig te zijn voor de Hongaren.

Volgens Georg Markus (auteur) kan de mening, die vooral door Egon Caesar Conte Corti (een van de eerste biografen die een boek schreef over Elisabeth) en later in de Sissi films met Romy Schneider wijdverbreid was, dat Sophie een ‘slechte schoonmoeder’ voor Elisabeth was, niet worden aanvaard. Sophie pleitte er daarom voor dat Elisabeth zelf voor haar kinderen zou zorgen en sprak in haar correspondentie met andere familieleden geen kwaad woord over de jonge keizerin.
Elisabeth heeft Sophie altijd zeer negatief bekeken, zag haar als de boze schoonmoeder, terwijl Sophie in haar brieven en dagboeken met geen kwaad woord over Elisabeth sprak. Sophie heeft in eerste instantie wel de zorg van haar kleinkinderen naar haar toegetrokken om het voor het keizerspaar makkelijker te maken, waarbij afpakken een heel groot woord is. Maar door bemiddeling van Franz Joseph werden de kamers van de kinderen wel teruggeplaatst naar de keizerlijke vertrekken. Na de dood van hun dochter Sophie, nam Elisabeth zelf afstand van haar kinderen en liet de verzorging over aan aartshertogin Sophie.

Sophie was de peetmoeder van haar eerste kleindochter in 1855, die ook naar haar werd vernoemd: Sophie Friederike, dochter van keizer Franz Joseph I en keizerin Elisabeth. Het kind stierf op tweejarige leeftijd, waar ook Sophie erg veel verdriet van had.

Aartshertog Franz Karl en aartshertogin Sophie
De ouders van keizer Franz Joseph, aartshertog Franz Karl en aartshertogin Sophie. Foto komt uit Franz Joseph und Elisabeth – Georg Kugler.

Nadat haar favoriete zoon Ferdinand Maximilan, keizer Maximilian van Mexico, in 1867 voor het vuurpeloton stierf, verloor Sophie alle moed om het leven onder ogen te zien en overleefde hem slechts vijf jaar. Na een bezoek aan het Burgtheater kreeg ze een ernstige longontsteking, waaraan ze overleed op 28 mei 1872.
De enigste die uren aan haar bed heeft zitten waken, terwijl anderen nog wel eens weggingen om te eten, was Elisabeth. 
Aartshertogin Sophie werd begraven in de Kapuzinergruft in Wenen. De hertog van Reichstadt, waar Sophie een erg goede band mee had, rustte naast haar, maar zijn lichaam werd in 1940 op bevel van Hitler naar Parijs overgebracht. Een zoon, die op 24 oktober 1840 dood werd geboren, rust tussen haar en haar man Franz Karl. Haar favoriete zoon Ferdinand Max rust in hetzelfde deel van de crypte, maar niet naast haar. Haar man, aartshertog Franz Karl, overleed een aantal jaar later, op 8 maart 1878.

Bron: Duitse Wikipedia, met wat extra toevoegingen van mijzelf.

Laatste update op 2 januari 2022 by Diaantje

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *