Marie Valerie, de enigste

Marie Valerie, toen ze afstand tekende van de troon
Marie Valerie.
Deze foto werd genomen tijdens de ondertekening van de troonsafstandsverklaring die Marie Valerie moest tekenen voordat zij zou trouwen met aartshertog Franz Salvator.

Zodra Sisi in 1867 merkte dat zij voor de vierde maal in verwachting was, besloot zij ditmaal haar kind helemaal voor zichzelf te houden en het geen seconde aan haar schoonmoeder toe te vertrouwen. Ook haar vriend graaf Andrassy drong er op aan dat zij het in Hongarije ter wereld zou brengen en met dat doel voor ogen vertrok keizerin Elizabeth op 5 februari naar haar buitenverblijf Gödöllö bij Budapest. Op 22 april werd daar de kleine Marie Valerie geboren en vanaf het eerste moment liet haar moeder haar geen ogenblik alleen en liet niemand bij haar toe die geen persoonlijke toestemming had gekregen. Ze nam de baby overal mee naar toe en was bij het geringste teken van iets ongewoons meteen in paniek. Ze bleef dat jaar zolang mogelijk in Hongarije en vond daar een voedster voor Valerie die tevens met een diepe mannenstem allerlei csárdás (volksliederen) voor het kindje zong. Elizabeth zelf las in deze tijd het werk van allerlei zeer links georiënteerde Hongaarse dichters. Voor haar andere kinderen toonde zij nog minder belangstelling dan tevoren. Maanden achtereen was zij met Valerie in Hongarije en in de winter meestal in Merano. Vooral de kleine Rudolf, die tien was toen zijn zusje werd geboren, moet daar erg onder geleden hebben. Ze week geen moment van de zijde van haar jongste kind en zoals meer gebeurde wanneer Elizabeth zich voor iets interesseerde, haar aandacht was bijna te intens en te geconcentreerd, en kreeg iets fanatieks. En voor de betreffende persoon was zoveel liefde en zorg bijna verstikkend. Die uitwerking had het ook op Valerie, vooral toen zij ouder werd.
De buitenwereld maakte wel eens grapjes over die overdreven liefde en zorg die de keizerin voor haar ‘koningskindje’ aan de dag legde. Elke tweede zin in haar conversatie begon met ‘Valerie doet… Valerie wil… Valerie zegt

Iets waar Sisi nooit genoeg van kreeg, waren circusvoorstellingen. Als het Circus Renz in Wenen optrad, verzuimde ze bijna geen voorstelling. De kleine Valerie mocht natuurlijk mee en het tweetal vermaakte zich urenlang. De heer Renz laste allerlei extranummers in als de keizerin kwam en zelfs dan had Elizabeth nog moeite om weg te gaan. Niet alleen de paarden maakten haar wildenthousiast, maar ook de wilde dieren kon ze eindeloos bekijken. Ze liet bij de keizerlijke stallen een kleine ronde manege bouwen en kocht vier echte circuspaarden, waaronder de beroemde Avolo, om ook zelf het vak te leren, daartoe nam ze les bij de dochter van directeur Renz, Elise.
In 1875 reisde Elizabeth met de kleine Valerie naar Normandië om zeebaden te nemen. Ze huurde er een klein kasteel met een park vol hoge donkere bomen. Ze had haar lievelingshonden Mohammed en Schaduw meegenomen en zelfs enige paarden. Elke morgen nam ze een duik in zee, daarvoor had men vanaf haar badhokje op het strand een lange ‘slurf van zeildoek gemaakt, waardoorheen ze met Valerie naar het water kon lopen zonder dat nieuwsgierige ogen haar bekeken. Ook al was Frankrijk sinds vijf jaar een Republiek, ‘de mensen hier zijn opdringeriger dan in enig ander land’, schreef Sisi aan haar moeder.

In de zomer van 1880 stuurde Elizabeth aan haar bewonderaar koning Ludwig II van Beieren een krans van bloeiende jasmijn met een fotootje van haar oogappel Valerie. Het meisje was ondertussen al twaalf jaar geworden en opgegroeid tot een lief, hartelijk maar zeer introvert en verlegen wezentje. Die verlegenheid zat haar dwars en ze schreef erover in haar dagboek, dat ze al sinds drie jaar bijhield. Valerie was door de overweldigende liefde van haar moeder ook voor de omgeving een buitenbeentje geworden, velen, waaronder haar eigen broer en zusje, waren jaloers op haar bevoorrechte positie. Maar die positie vervreemdde haar ook van anderen, en bracht haar in een isolement. In de hartstochtelijke liefde van Elizabeth voor haar dochter zat iets onevenwichtigs, hoewel ze vaak zei geen dag, geen uur zonder het meisje te kunnen, ging ze toch wekenlang alleen aan jachtpartijen in het buitenland deelnemen. Dan werd er niet gevraagd hoe Valerie het vond zolang alleen in Wenen achter te blijven, al was haar vader daar natuurlijk wel bij haar.
Vanaf haar 15de jaar begon Valerie haar moeder af en toe op haar lange wandelingen of ritten te paard te begeleiden. Elizabeth toonde veel belangstelling voor de geestelijke ontwikkeling van haar dochter, was levendig geïnteresseerd in de gedichten die het meisje maakte en vroeg haar naar haar dagboek en naar wat zij allemaal leerde. Ze moest hartelijk lachen toen Valerie na een les over Napoleon’s tocht naar Rusland eigenwijs opmerkte ‘Wat waren die Russen toch slim! Ik zou er niet op gekomen zijn, de hoofdstad van mijn eigen land in brand te steken!’

Op 8 juni van dat jaar maakte de keizerin weer een van haar lange wandelingen: op een warme dag liep ze in de felle zon van München naar haar ouderlijk huis in Feldafing. Zeven uur deed ze over het traject en dat was heel snel. Soms nam ze personeel mee met draagstoelen, niet voor zichzelf, maar voor haar hofdames die niet tegen haar tempo waren opgewassen.
Toen haar moeder die zomer, gezeten op een pony die zijn evenwicht verloor, bijna in een ravijn was gestort, maakte Valerie een gedichtje, dat later in een gedenksteen ter plekke werd ingemetseld: ‘Heilige George, jij ruiter te paard/die ons beschermt tegen gevaren/die mijn moeder zo vaak hebt beschermd/ik smeek je vol vertrouwen/en weiger me dit verzoek alsjeblieft niet/blijf steeds het kostbare leven beschermen/dat mij het licht van de wereld heeft geschonken’.
Hoewel Valerie erg dol was op haar moeder, had ze ook kritiek. Zo deelde ze niet de liefde voor Hongarije met haar en ze vond het helemaal niet leuk dat ze altijd Hongaars moest spreken met haar ouders. Eigenlijk voelde ze zich meer op haar gemak bij haar vader, ‘die is net als ik’, en het liefste zou ze Duits met hem praten als ze samen waren, maar dat durfde ze hem (nog) niet te vragen.
Naarmate Valerie ouder werd, groeide de intimiteit tussen moeder en dochter. Tijdens hun lange wandelingen vertelde Sisi haar dochter over haar leven en over alles wat er in haar omging en Valerie spoorde haar aan weer gedichten te gaan schrijven. Dat had ze dertig jaar niet meer gedaan, maar opeens kreeg ze er weer plezier in. ‘O, was mamma maar niet zo mensenschuw’, schreef Valerie in haar dagboek, ‘de mensen zouden veel meer van haar houden en haar beter begrijpen’.

Eén van de dingen die Valerie niet van haar moeder begreep, was haar grote vriendschap voor graaf Gyula Andrassy en toen moeder en dochter in de herfst van 1884 in Gödöllö de Roemeense koningin Carmen Sylva ontvingen, was hij het die als gastheer optrad. Valerie zat zich tijdens het diner verschrikkelijk aan en over hem te ergeren. Ze haatte hem en meende dat het wederzijds was. Waarschijnlijk echter was Valerie gewoon jaloers; zij kon niet hebben dat een andere man dan haar vader een goede verstandhouding had met haar moeder. Dat een andere man de plaats van haar vader aan tafel innam.
In 1885 kon Valerie tevreden zijn: haar moeder keerde van een lang verblijf in Nederland terug met een hele stapel zelfgemaakte gedichten. De woeste golven van de Noordzee hadden haar er eindelijk, na 31 jaar, toe gebracht de dichtpen weer eens op papier te zetten. Het was een goede uitlaatklep voor haar wisselende stemmingen, maar Valerie was ook heel trots op het, door Heinrich Heine geïnspireerde, resultaat. In Bad Ischl, waar men de zomermaanden meestal verbleef, maakte Elizabeth samen met haar dochter urenlange wandelingen, ook in de stromende regen. Bij voorkeur beklommen ze de ‘Jainzen’, die door Valerie spoedig ‘Mamma’s toverberg’ werd genoemd. Onderweg vertelde Sisi haar dochter over haar leven, soms zaten ze gewoon stil te kijken, te dromen of gedichten te schrijven. Bij thuiskomst schreef Valerie uiterst nauwkeurig alles op wat ze van haar moeder hoorde. Haar dagboek is bewaard gebleven.

Eens, in 1886, begon de keizer erover dat zijn goede vriend Albert van Sachsen, zo’n aardige neef had, en dat die misschien een goede man voor Valerie zou zijn?! ‘Ik heb hem maar eens uitgenodigd hier te komen’, voegde hij er aan toe. Deze mededeling maakte Elizabeth diepongelukkig. Zelf wist ze natuurlijk ook dat haar dochter eens zou trouwen, ze had zelf aan de aartshertog Franz Salvator gedacht, die woonde in Oostenrijk, maar het idee dat Valerie weleens de grens over zou kunnen gaan, was onverdraaglijk. Zo buiten zichzelf van angst en vertwijfeling raakte ze, dat Valerie zich met schrik realiseerde hoe zij eigenlijk de enige band vormde die haar moeder nog aan het leven bond. Gelukkig gingen de gevoelens van Valerie zelf
meer naar Franz Salyator uit dan naar iemand anders, en over dit punt kon Elizabeth spoedig tot kalmte komen. Ze schreef weer onophoudelijk gedichten, maar hield deze verborgen, en alleen Valerie mocht ze af en toe lezen. Daar had ze ook goede redenen voor, want vele van deze gedichten waren zo revolutionair en zo onthullend dat publicatie ervan een groot schandaal zou hebben veroorzaakt.
De 600 bedrukte pagina’s gedichten zullen in het voorjaar van 1983 in Wenen gepubliceerd worden door de Oostenrijkse Academie van Wetenschappen in een bewerking van Dr. Brigitte Hamann. De opbrengst zal volgens de laatste wens van Sisi, ten goede komen ‘aan politieke gevangenen en hun familie’ en daarom aan Amnesty International.
Af en toe werd Valerie wel eens ongeduldig en geïrriteerd door de overdreven bezorgdheid van haar moeder. Elke actie die ze ondernam, het kleinste kwaaltje, een bloem die ze in de bergen wilde plukken, maakten haar moeder angstig en toen Elizabeth de oude voorspelling weer eens herhaalde dat de rij keizers uit het Huis Habsburg was begonnen met een Ruldolf en zou eindigen met een Rudolf, en dat het einde van het OostenrijksHongaarse rijk nabij was, werd Franz Joseph echt kwaad. Zijn vrouw antwoordde dat hij niets van haar begreep en dat het omgaan met hem maar moeilijk was. ‘Maar’, schreef Valerie ‘s avonds, ‘ikzelf vind de omgang met hem veel makkelijker dan met haar’.

Op een van haar reizen stond Elizabeth eens met haar dochter in een kerkje aan de Tegernsee. ‘Hier zijn 60 jaar geleden je grootouders in het huwelijk getreden, hier, voor dit altaar stonden zij en kijk eens wat daar boven het altaar geschreven staat’. Verbaasd en nieuwsgierig keek Valerie omhoog en zag de woorden ‘Vader, vergeef hen, want zij weten niet wat zij doen!’ Ze herinnerde zich dat haar grootouders allang zo ongeveer gescheiden leefden en vond het een vreemd voorteken. ‘Mijn moeder is een merkwaardige vrouw’, schreef ze, ‘haar gedachten zijn steeds met het verleden bezig, haar daden zijn op de toekomst gericht en het heden is een onwezenlijk schaduwbeeld voor haar’.
In die dagen vertrouwde Elizabeth haar dochter toe dat haar gedichten lang na haar dood gepubliceerd moesten worden ten gunste van mensen die vanwege hun politieke ideeën en/of vrijheidsstreven als misdadigers in gevangenissen zijn opgesloten, en aan tafel merkte zij eens treurig op ‘als Valerie trouwt, is ze voor mij verloren …’. In 1887, kort voor Valerie’ Valerie’s verloving, zei ze tegen het meisje: ‘Ik hou eigenlijk alleen maar van jou. Als jij me verlaat, is mijn leven afgelopen. Ze kan men maar éénmaal in zijn leven van iemand houden …’ Een opmerking die een moeder die werkelijk van haar kind houdt, eigenlijk niet mag maken. Valerie was er diep geschokt door en voelde zich schuldig over haar ontkiemende liefde voor Franz Salvator.

De dood van haar broer Rudolf in 1889 maakte natuurlijk ook op Valerie een diepe, onvergetelijke indruk. Hij liet haar een kort afscheidsbriefje na ‘Ik sterf niet graag’, schreef hij, en: ‘ik zou je aanraden na de dood van de keizer naar het buitenland te verhuizen, want wat er dan in OostenrijkHongarije zal gebeuren, is niet te overzien’. Deze woorden van Rudolf grepen ook zijn moeder erg aan, het was dezelfde mening die zij zo vaak verkondigd had.
Op 31 Juli 1890 vond eindelijk het huwelijk plaats tussen Marie Valerie von Habsburg en aartshertog Franz Salvator. De avond ervoor had Elizabeth haar dochter voor het laatst omhelsd met tranen in de ogen en haar toegefluisterd ‘Ik dank je dat je altijd zo’n lief kind bent geweest’, toen de volgende morgen na de mis met bloemen versierde rijtuig wegreed, was het of haar hart uit haar lichaam werd gesneden. Valerie leefde tot 1924.

Bron: Libelle Biografie, Sisi van Oostenrijk – Liever vrouw dan keizerin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *